(?)

Voor deze sommen mag je een kladblok gebruiken. Je hebt hier 15 minuuten voor.

2000     Inwoners: 750.000
2004     Inwoners: 340.000
2006     Inwoners: 780.000
2008

    Inwoners: 400.000

Opgaven 1. Hoeveel inwoners waren er in 2000 meer dan in 2004? 

  A. 410.000

  B. 200.000

  C. 450.000

  D. 890.000

 

Opgaven 2.

303x303= 

A. 92502

B. 91809

C. 83002

D. 40023

Opgaven 3.

 


  Lijstje: 

              Kleine patat. 3,00

              Cola (medium)  1,75

              Cola (groot)   2,50

              Broodje kroket. 1,45 

Anna heeft 15 euro. Daarvan koopt zij alles wat op het lijstje staat. De producten die op het lijstje staan, hebben 50% procent korting. Hoeveel geld houdt Anna over?

  A. 6,45

  B. 8,95

  C. 10,65

  D. 4,35 

  Opgaven 4.

 

Sheila heeft 30 euro zakgeld. Van het geld koopt zij 40 postzegels van 49 cent.  Met het geld dat ze over houd, koopt ze 5 snoepjes voor 3,50. Van het totale bedrag, krijgt zij 10% korting. Hoeveel zakgeld houd Sheila nog over?

 A. 37,20

 B. 3,72

 C. 33,48

 D.  19,60

(Druk op deze site om door te gaan naar opgaven 5.) 

http://citooefeningen.simpsite.nl/Reken-2